Van hier tot in Tokio

Het is exact 1.637 dagen geleden dat ik in Tokio was. En ik denk er nog steeds elke dag aan. Het Ginkgo Biloba-blaadje vind je overal in mijn appartement, net zoals een Mount Fuji-poster en massa’s andere souvenirs.

De wel heel erg originele titel die ik in mijn hoofd had voor deze post was: ’14 dingen die ik nooit ga vergeten over Tokio’. Een beetje clickbait, I know, maar in de Japanse hoofdstad is letterlijk ZO veel te zien dat het onmogelijk is om er anders een beetje structuur in te brengen. 

Eigenlijk had de titel ook evengoed kunnen zijn: ‘7.645.938 dingen die ik nooit ga vergeten over Tokio en Japan’. Want het land van de rijzende zon vind je niet alleen in mijn appartement, maar ook – nog steeds – in mijn hoofd en in mijn hart.

Ik had zo ongeveer de helft geschreven, van de andere helft herinner ik me alleen nog de sfeer, niet de details. Maar onder het motto ‘done is better than perfect‘, hier is Tokio, part two:

1 – Nine Hours in Kanda Station

Oké nee, ik heb géén 9 uur in een station doorgebracht. Nine Hours is de naam van een capsulehotel-keten. Iets wat ge absoluut moet gedaan hebben als ge in Japan zijt. Al was er geraken niet zo makkelijk: een fout ticket gekocht en ik geraakte niet uit het metrostation. Ik kwam van de luchthaven van Okinawa, het was laat, ik was moe, en toen ik eindelijk buiten stond, kon ik me niet meer oriënteren. Maar gelukkig kreeg ik hulp van: 1) een jong Japans koppel dat meteen hun smartphones bovenhaalde, 2) een oud mevrouwtje dat duidelijk in de buurt woonde en 3) een behulpzame politieagent die wél de weg kende. Met z’n vijven (het oude mevrouwtje, het jonge koppel en ik), lopen we naar het capsulehotel, want ze vertrouwden blijkbaar mijn oriëntatieskills niet (en terecht). Soit: dat capsulehotel was ook een beetje een ghost-hotel, want ik had het gevoel dat er niemand sliep… Tot er iemand ‘s nachts begon te snurken. 

2 – De Aha-ervaring in Ahakibara

Disclaimer voor de vorige paragraaf: ik kon me niet meer oriënteren omdat het scherm van mijn iPhone gebarsten was, en ik al scrollend ondertussen een paar glassplinters in m’n vingers had. Dus first order of business van zodra ik in mijn favoriete Bunka Hostel aangekomen was: die iPhone gefikst krijgen. De kerel achter de Bunka-balie is samen met mij naar drie verschillende iPhone-reparatiewinkels gelopen, maar niemand had het scherm dat ik nodig had in stock. Ik kreeg een ander adres, een aantal louche wegaanwijzingen in het Japans en toen ik uit de metro stapte… was ik in manga heaven. Ik had geen idee, ik zweer het. Maar opeens werd ik omgeven door Pikachu’s, Goku’s, neons én alle kleuren van de regenboog (lees dit op het melodietje van K3, jongens). Mijn iPhone was gefikst in 30 minuten, maar ik heb véél langer dan dat in Ahakibara rondgelopen.

3 – Japanse kruispunten oversteken is leuker dan Belgische

Hoe kan één kruispunt een volledig avondvullende activiteit zijn, vraagt ge u af? Ik presenteer u: Shibuya. Ik ben geloof ik 38 keer overgestoken, telkens vanuit een andere hoek. Eerst om te weten hoe het voelt om zelf in die massa rond te lopen, vervolgens nog een paar keer extra om foto’s en filmpjes te maken. Er is zo ongelofelijk veel te zien: mensen in spidermanpakjes die in gokarts voorbijrijden. Een kerel in lichtblauw serveersterkostuum met roze pruik.  Alle neons. De excitement. Van pure adrenaline ook de hele Meji-dori avenue afgelopen. Mijn voeten én mijn ogen konden niet meer toen ik thuis kwam.

4 – Meji en Harajuku en wensen die uitkomen

Het Yoyogi-park is supermooi, maar het weer is grijs als ik er ben, dus het mist zijn effect.  Een wishing tablet aan het Meji-shrine kost 500 yen. Da’s er zelfs voor deze Japan-fan een beetje over, dus ik ga voor een gedichtje van 100 yen. Niet zomaar een gedichtje: ik krijg een buis waarmee ik moet schudden, vervolgens komt er een stokje met een nummer uit, dat je dan kan inruilen voor een wens. ‘Even the most brilliant diamond will look dull if it’s not polished’. Of anders gezegd: altijd blijven werken aan jezelf. Ik kijk nog even naar de mensen die bidden in een ander deel van de tempel (buig-buig klap-klap hoofdje knikken en bidden) en bid stiekem mee met een meisje dat ik de droomjob krijg die ik wil. Welke dat ook mag zijn. Dan stap ik verder naar Harajuku, waar ik écht naar heb uitgekeken. En het stelt niet teleur. Ik wandel eerst door de hippe straatjes errond, die mij een beetje doen denken aan Kyoto. UltraNewStore. Papier Labo. Pho321. Terwijl ik in die laatste mijn noedels zit op te eten, spelen ze The Bird van Anderson Paak. Ik word er een beetje emo van, omdat ik mij hier zo zo zo ontzettend hard zie zitten met Sofie. 

5 – Takeshita Dori

Dan naar Takeshita Dori, het centrum van alles wat kawai is. Lees: roze, glitter, knuffels, schattig, kleren in pasteltinten, make-up, pancakes met alle mogelijke vullingen, veel mensen, veel Japanse muziek, méér roze, meer make-up, fluffy dingen. Japan op z’n meest Japans. Precies zoals ik het mij voorstelde, maar dan met een iets grijzere lucht. Ik ga helemaal loos in de Daiso, waar alles te koop is voor 100 yen: een wuivend katje, een waaier, en nog veel meer. En dan naar Mocha Cat Café, superrustig want ze laten maar een beperkt aantal bezoekers binnen voor de katjes. De meeste liggen gewoon cosy een tukje te doen, er zijn er maar een paar die spelen. Maar de ruimte zelf is zo mooi: er staat een houten boom in het midden, er hangt een cirkel van gouden kooien boven waar een katje een sprintje op trekt, en iedereen die daar zit is gelukkig. Een halfuur is nog nooit zo snel voorbij gegaan. En ook dit doet mij aan Sofie denken, aan knuffelen met Josie en Charlie. 

6 – Kitchy crazyness in Kappabashi

Wanneer ik mij eigenlijk moet concentreren om dat ik een sollicitatiegesprek heb, maar tegelijk ook afleiding wil… Dan komt de procrastinator in mij al eens bovendrijven. Kappabashi is crazy. Fake food, messen, een gigantische coffee drip, massa’s winkeltjes om in te snuisteren. En ik vind éxact de kommetjes die ik zoek voor éxact de prijs die ik wil. 

7 – Het groene Tokyo

Ge zou het bijna vergeten, maar naast alle kleuren van de regenboog is er in Japan ook heel veel groen te vinden. Ik had nood aan rust – de dag ervoor was die sollicitatie – en da’s exact wat ik in de Imperial Gardens vindt. Tenminste, nadat ik ongeveer duizend uur heb gelopen vooraleer ik uit de ondergrondse gangen van de metro kon. De Gardens zijn groot, groen en verbazingwekkend rustig, een feest voor mijn ogen na al die kleuren. En het ruikt er ook heerlijk! Ik stap een belachelijk lang stuk rechtdoor langs het water van het keizerlijk paleis… om in Ginza terecht te komen, tussen alle fancy winkels. De Ginza Art Gallery en de Shiseido Art Gallery zijn dikke fails (FU, Lonely Planet) en ik vind niet meteen iets om te eten. Dus ik ga naar een superlokale supermarkt voor rode rijst, banaan en nootjes, en stap naar de Hama-rikyu Onshi-teien Garden. Tussen alle werkende mensen en straatwerken door. Crazyness. Dat park heeft een beetje hetzelfde panorama als de Imperial Gardens: uitgestrekte groene tuinen, bomen met op de achtergrond hoge kantoorgebouwen die de lucht inrijzen. Ik eet mijn lunch (het is 15u30) en de zon van golden hour warmt mijn rug al op. 

8 – De mooiste zonsondergang aan Tokyo Bay

Ik ontdek dat je vanaf de Hama-rikyu Onshi-teien Garden de waterbus kan nemen naar Odaiba en naar Seaside Parc, wat legit het beste toeval ooit is. Bootjes! De zachte kleuren van golden hour! Een brug die lijkt op Brooklyn Bridge in NYC! Ik zet mij in het parkje, vraag aan Japannertjes om een foto te nemen, en wacht tot de zon ondergaat. Net zoals de vier Duitsers naast mij. Zo zo zo mooi. Zo zo zo epic, die brug met op de achtergrond al die kantoorgebouwen, waar al die duizenden mensen zitten te werken. Zachtroze en witte lichtjes. Ik loop verloren op weg naar huis (what’s new?), dus ik besluit gewoon om de Yurikamome monorail terug te nemen en loop ondertussen nòg eens verloren in een shopping center (told you). Die monorail is pretty spectacular, ik rij basically tussen alle skyscrapers door. En het is spitsuur: de trein is volgestampt met werkmensen, en als de Ginza line-metro toekomt zie ik iemand letterlijk met zijn gezicht tegen het raam geplakt. Ik ben moe en alles doet pijn en ik heb honger, net of ik er ook een werkdag op heb zitten. Ik vind niet meteen iets om te eten, en wat ik in de Family Mart vind, is het ook niet echt. Maar de sunset was het dubbel en dik waard. 

9 – Het gewone leven in Koen-ji

Want ja, soms zou een mens al eens vergeten dat er mensen nog ‘gewoon’ leven in Tokio. Raad eens wie er nog steeds moe was en weer helemaal verloren gelopen is in Shinjuku station? Niet helemaal onlogisch, want dat station is ongeveer even groot als een halve stad.  Een lief mevrouwtje in uniform en met perfect Engels helpt mij verder. Ik vind de rode lijn en stap af aan de foute halte van Koenji. ‘t Is echt nog 20 minuten stappen voor ik zelfs maar in de buurt ben van Tokyobike, maar da’s niet erg: de straten zijn hier groen, rustig, iedereen fietst. Moesten de huizen houten lamellekes hebben, het zou Kyoto kunnen zijn. Weer een totààl ander straatbeeld van Tokio. Straten waar ik zou kunnen wonen. Tokyobike is nog niet open, dus ik wacht tien minuten achter de hoek. Wat een zonovergoten fietsparadijs. Zo mooi. Ze doen met z’n drie hun best om van het belletje dat ik voor Sofie gekocht heb een cadeautje te maken. Ik stap verder naar een schattig winkeltje dat bonsaïboompjes verkoopt, maar die kunnen jammer genoeg niet in mijn rugzak. Ik stap verder en vind de PAL-overderkte hal. Letterlijk vol vintage clothes, ik snap nu waar al die Japanse meisjes hun oversized kleren vandaan halen. De huisjes blijven wel groen en fotogeniek. Hier wordt duidelijk geleefd, overal groentenwinkels, bakkers, gewone winkels, verlaten speeltuinen. Ik doe gezellig mee en koop broccoli en kerstomaatjes. Ik ontdek trouwens nu pas waarom ik fout was: Koenji is een JR-station, geen subway. Typisch. Dus opnieuw superlang terugstappen naar de subway, ondertussen heel veel mooie places tegenkomen die op de een of andere manier allemaal kappers zijn? Ik doe verder in de spirit van het ‘gewone’ leven en maak eten in mijn hostel, bereid me voor op een andere sollicitatie, cancel de sollicitatie en praat in plaats daarvan met Sofie.  

10 – Sushi om 10u ‘s morgens in Tsukiji Market

Waarom zo vroeg, vraagt ge u af? Eigenlijk gaat het daar al open om 5u, dus ik was aan de late kant. Dit is de plek waar alle restaurants hun verse vis kopen, een soort groothandel dus. Blijkbaar gaat het volgend jaar verhuizen naar een andere plek, dus ik was er nog net op tijd bij om (jawel) in de file te staan om (jawel) een rondleiding te krijgen in een plek die (jawel) heel, heel, heel hard rook naar (jawel) vis. Heel speciale ervaring, zeker zo ‘s morgens vroeg, maar blij dat ik het gedaan heb. Rond de vismijn krioelt het van de restaurants en barretjes waar je die verse vis kan eten. In een ander gebouw heb je een soort vissupermarkt, waar ik de meest basic nigiri ooit koop. Het is 10u ‘s morgens en ik heb een zwakke maag, maar ik wil wel de experience hebben, snapt ge? Dus ik zet mij op het dakterras daar en geniet van mijn ‘ontbijt’. 

11 – Shoppen in Tokio

Voor iemand die houdt van winkelen heb ik nog maar verbazend weinig echt ‘gewinkeld’. De reden daarvoor? Mijn geld was op, en de plaats in mijn rugzak was ook op. Maar I saved the best for last: MUJI en Uniqlo. Japanser wordt het niet. In de Uniqlo pas ik van die wijde rokken die alle Japanse meisjes aanhebben, maar ik besluit om dat toch maar niet te kopen. In MUJI loop ik echt heel lang rond. Een plantenwinkel, een bakkerij, bookshop, klerenwinkel, meubelwinkel, een tiny house, alle stationery die ge kunt dromen: ze hebben daar ALLES. En ik wil ook ALLES. 

12 – Roppongi Art Night

De affiche van Roppongi Art Night hing all over Tokio en zag er uit als iets uit wat ik wel leuk zou vinden. Roppongi staat bekend om z’n night life, en deze art night ging door in en rond een winkelcentrum. Buiten werd je verwelkomd door een gigantische lichtbubbel – toen waren bubbels nog a good thing – en een gigantische mammoet die in de lucht hing. Gevolgd door bizarre collageschilderijen, vlaggen met teksten uit de hele wereld en brommertjes eronder, een reptiel met een parasolletje, vliegtuigjes geplakt tegen de muur. Het meest Instagram-worthy waren de glazen sculpturen aan het plafond, die vrolijk rinkelden als je erdoor wandelde. Of nee, de mensen in bloemenkleren die opgingen in de achtergrond. Buiten was er een soort van neon circus waar een event doorging. Maar omdat ik geen Japans kon had ik niet door dat ik al een halfuur in die stoeltjes zat te wachten op… Niks. Want de show was blijkbaar al afgelopen. Toen voelde ik mij effe echt heel, heel alleen.  

13 – Het hipsterleven in Daykanyama

Helemaal op het einde van een Japan-trip naar Daykanyama gaan: geen goed idee. Het was weer een avontuur met de metro, maar deze keer ben ik niet verloren gelopen. Al meteen van het moment dat ik uitstap voel ik cali vibes: weelderige bomen, strak vormgegeven huizen, en zelfs een micro brewery. Ik eet kip met rijst en currysaus in één van de restaurantjes daar. Gevolgd door uren rondlopen langs designwinkels: een coole concept store, Maison Kitsuné, Shiseido, een plantenwinkel met bonsaiboompjes, miniplantjes in glazen flesjes en een Nike-sneaker begroeid met gras. En waarvoor ik eigenlijk kwam: Chronicle Book Store en Tsituya books. Onderweg naar huis kom ik nog een makers market tegen, en een kattencafé. Op de metro zitten Japanse meisjes in uniform, allemaal op een rij, met wat lijkt op hockeysticks? 

14 – De allerlaatste zonsondergang vanuit Tokio Metropolitan Government Building

De lucht is grijs wanneer ik toekom aan het Tokio Metropolitan Government Building, maar dat maakt het gebouw niet minder imposant. Op een goeie dag met heldere lucht kan je van hier Mount Fuji zien. Op de hoogste verdieping van het gebouw vind je het lelijkste souvenirwinkeltje van Japan, dat boeit echt niemand. Iedereen komt er gewoon om te kijken naar hoe de lucht verandert van zachtpaars naar diepblauw, met schitterende lichtjes verspreid over de miljoenenstad. Tussen mij en dat fantastische uitzicht zit heel dik glas, dus op elke foto zie je de weerkaatsing van lelijke spots. Maar een laatste selfie in Japan op deze iconische plek: epischer dan dat wordt het niet. Op de terugweg proef ik in Shinjuku nog een allerlaatste keer van alle felle neon, van het contrast met het gedimde licht van de lantaarns voor restaurants, van megalomane gebouwen, van kleine barretjes, van Japanners die door hun stad krioelen als mieren, van alle kleuren die van Tokio Tokio maken. Mijn laatste avondmaal (damn dat klinkt dramatisch) in Japan eet ik in een restaurant vlakbij mijn CITAN-hostel. Een plateau met rijst, miso, kip en zoals altijd nog wat ondefinieerbare ingelegde groenten. 

Uitsmijter: Singapore

Vooraleer ik Azië definitief verliet, maakte ik nog een laatste tussenstop in Singapore. Ik herinner me er letterlijk niets meer van, want voor mij was de reis mentaal gedaan in Japan. En ik hààt Singapore, een beetje een hel. Dus ik kon het niet toepasselijker afsluiten dan met een bezoekje aan wat volgens de Chinezen de ‘Ten Courts of Hell’ zijn. Surrealistischer wordt het niet…

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s

%d bloggers like this: