Okinawa, Okinawauw

Tussen Hiroshima en Tokio zat er in mijn planning ongeveer een gat van een week. En die week wilde ik opvullen met iets lokaals, ergens in the middle of nowhere. Dus heb ik heel lang gezocht, via WorkAway, via Couchsurfing, naar iets origineels om te verblijven. Maar ik vond niet echt iets waar ik op en neer van begon te springen. Tot ik van iemand de tip van de eeuw kreeg: Kawai Diving op Akajima.

Voor ge denkt: die website is blijven steken ergens in de jaren stillekes… Het eilandje waar ik op terecht kwam was dat ook. En dat was de hele charme ervan. Island life in Japan gaat trager dan het leven in de rest van het land. De regels waar ge u in steden aan moet houden, spelen hier geen rol.

Ik ben een beetje verliefd geworden op Akajima en de Geruma Islands. Ik weet zelf niet waarom. Overal hebben ze random beton gegoten, op elk strand ligt er plastic en er valt geen kokosnoot te bespeuren. En toch heeft het een klein beetje mijn hart gestolen.

Naha City

Vanuit Osaka vloog ik naar Naha City, de hoofdstad van Okinawa. Brede lanen afgelijnd met palmbomen en quasi altijd overgoten door een stralend zonnetje. Tot ik er toekwam. Grijs en een stevig windje. Typhoon Talim was Okinawa voorbijgeraasd en ging ondertussen stevig z’n gang in de rest van Japan. Mooi ontweken, dacht ik. Maar het was toch nog even spannend, want de ferry’s van Naha City naar de Geruma Islands waren quasi allemaal gecancelled.

De meeste hotels op Okinawa waren ook volgeboekt, dus kwam ik in een shared house terecht in een miniwijkje naast een bouwterrein. Allerminst pittoresk. Nog altijd bijzonder sterke windsnelheden. Dus was het schuilen tot typhoon Talim ging liggen. En gaan liggen deed hij, dus heb ik een hele namiddag rondgelopen in Naha City. En ik kan het u vertellen: er valt niets te zien. Welgeteld één schattig wijkje stampvol ceramics, een overdekte markt en heel heel heel veel souvenierwinkels.

Kawai Diving

Akajima is echt klein: het hele eiland kan je rondstappen in een paar uur. Er wonen slechts 60 mensen. Er is maar één weg, er zijn 6 restaurants en eten kan je kopen in 2 winkels. En wanneer er town announcements zijn, vind je dat niet terug in een krant. Nope, dat gebeurde gewoon door gigantische luidsprekers die zich overal op het eiland bevinden. Summercamp-style.

Er valt ook niet zo heel veel te beleven. Letterlijk eten-snorkelen-slapen op het strand-snorkelen-eten-zonsondergang kijken-slapen op een tatami. Maal vijf dagen, want zo lang zat ik hier.

Ik wou echt dat ik foto’s had van alles wat ik hier onder water gezien heb.

Het mooiste van dit eiland zit duidelijk onder water. Een school minivisjes die net onder het wateroppervlak zweeft. Zebravisjes die behendig slalommen door roze koraal. Een zwart-wit gestreepte seasnake die kronkelt over de zandbodem. Een Dory-visje. Een geel langwerpig zeeschepsel waarvan de staart enkel maar een draadje was. Visjes met tien verschillende fluorescerende kleuren. Een gele vis, bijna vierkant. Een andere gele vis waarvan het mondje zo stond dat hij leek te lachen – ik doopte hem de emoji-vis. En naar ’t schijnt ook schildpadden, maar ik had geen geluk met het weer. Toen ik op turtle beach was, waren de golven te hoog om te zwemmen. (Of beter gezegd: ben ik nog niet zo’n pro in snorkelen dat ik dat aankon.)

Ik wou echt dat ik een fototoestel had dat ’s nachts foto’s kon maken.

Toen ik in ’t midden van de nacht opstond om naar ’t wc te gaan – al dat supervers eten heeft zo zijn gevolgen – wist ik niet wat ik zag. Het terras van Kawai Diving kijkt uit over de zee, en daarboven zag ik een pikzwarte hemel vol sterren. Er zweefden miniwolkjes in de lucht die verlicht werden door de sterren, waardoor het leek alsof er een gigantisch grote milky way zich ontspon voor mijn ogen. Dane maakte er deze geweldige foto van. Ze zeggen altijd ‘ik moest in mijn ogen wrijven omdat ik het niet geloofde’ – dat was het gevoel. En het was ook 4 uur ’s morgens dus ik was moe, weliswaar.

Ik wou echt dat ik foto’s had van al het eten dat ik hier gegeten heb.

Het beste eten van heel Japan, als ge ’t mij vraagt. De man gaat ’s morgens vroeg vis vangen, zijn vrouw maakt het klaar, de zoon helpt mee opdienen en gaat mee duiken. De meest verse sushi, sashimi en gerookte vis ooit dus: letterlijk een paar uur eerder gevangen. Het beste was ook het gezelschap: omdat er niets te doen was ’s avonds, zit iedereen rond een grote tafel. Elke dag kwamen en gingen er mensen, dus was er nooit één avond hetzelfde. Supergezellig.

De eerste avond zat ik aan tafel met een Japans koppel en twee Fransen, waarvan de vrouw op Okinawa woonde en perfect Japans sprak. En een hele avond heeft zitten tolken.

De tweede avond zat ik aan tafel met een ander Frans koppel, waarvan de man chef-kok was en de vrouw patissier/duiker die in Tokyo naar de banketbakkersschool geweest was. En een Japans koppel waarvan het meisje in een Belgische Godiva-winkel werkte, een Spaans-Iers koppel en drie Duitse meisjes.

De derde en vierde avond zat ik aan tafel met dat Franse koppel, de drie Duitse meisjes en Clara en Oshin, het Spaans-Ierse koppel dat aan hun honeymoon bezig was.

De vijfde avond zat ik aan tafel met de drie Duitse meisjes die altijd samen reizen, en een ouder Japans koppel dat een fles sake meegebracht had. De vrouw was lichtjes dronken en leerde ons Japanse woordjes. En ja, ook mijn eerste sake gedronken hier – eindelijk. Straf.

Ik wou echt dat ik alle foto’s die ik genomen heb, gewoon nog eens live kon meemaken.

Dus waarom ben ik verliefd geworden op Akajima? Misschien omdat ik er het meeste mensen heb ontmoet. Misschien omdat ik er zo lekker heb gegeten. Misschien omdat het het perfecte evenwicht was voor introvertjes. Mijn eigen kamer met zicht op zee. Tijdens het ontbijt en avondeten gezelschap, overdag doen waar ik zin in had. Misschien omdat de inwoners zich hier beduidend minder aan de regels houden dan in de rest van Japan. Misschien was het omdat de wereld onder water stiller, gedempter en kleurrijker is. Misschien waren het de zonsondergangen, elke avond om 18u40 op dezelfde plek. Misschien omdat dit het langste was dat ik op één plek ben gebleven in Japan. Misschien omdat het begon te voelen als thuis.

IMG_FotofilterH10IMG_FotofilterH7

Van een bijna onbewoond eiland naar het overbevolkte Tokio – het contrast kon niet groter zijn.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s

%d bloggers like this: