Taiwan – ‘Heet’, heet dat dan

Het is raar hoe snel ge u aanpast aan het lokale leven. Het ene moment denkt ge nog ‘Hoe vreemd, ze lopen hier rond met een paraplu tegen de zon en een microvezel handdoekje om zweet af te vegen’, het andere moment – ergens na zonnesteek nummer twee – loopt ge er exact hetzelfde bij. Die Taiwanese zomer, daar lacht ge niet mee.

Ondanks de voortdurende veertig graden, was het toch écht wel tijd om wat dingen te doen. Ik had nog vijf dagen in Taipei, daarna trok ik er alleen op uit.

De laatste dagen in Taipei

Begonnen vrijdagavond met een group dinner in DigiQuarters. Heerlijk om na twee dagen in Sun Moon Lake met iedereen te koken, te praten, te lachen. Heerlijk om iedereen zo samen te zien: Chinees, Duits, Amerikaans en Belgisch. Zaterdag ging ik met Constantin naar een lokaal marktje om nog méér thee te proeven, maakte ik een plan voor Japan en bezocht ik het Chiang Kai Chek Memorial. Ondanks dat dat één van de toeristische highlights in Taipei was, was het er verbazingwekkend rustig.

Zondag: meer thee. Hoe veel thee kunt ge drinken, vraagt ge? Veel, is het antwoord. De bergachtige regio Maokong staat bekend om zijn uitstekende Oolong, maar mij was het meer om de gondola te doen. En het uitzicht, dat ik moest delen met ongeveer 572 andere toeristen. Erna zocht ik verkoeling in Eslite bookstore, één van de weinige boekenwinkels ter wereld die 24u per dag open is, waar mensen in alle hoekjes kruipen om een boek te lezen. Ik was er om 15u ’s namiddags, maar naar ’t schijnt is ’t de moeite om er ook eens een nachtje door te brengen.

IMG_FotoFilter_gondola

Maandag was net iets avontuurlijker dan thee drinken en boekenwinkels bezoeken: samen met Dave, Chris en Emily maakte ik een road trip naar de oostkust van Taiwan. Onderweg stopten we bij de 7/11 voor lunch, en – heel casual – voor seaweed jelly. Een soort van jelly drankje dat ze maken van zeewier (vraag mij niet hoe), maar dat er helemaal niet naar smaakt.

Eerste stop: Longdong. Het paradijs volgens klimmer Chris, die spontaan op alle rotsen begint te klauteren. De hel op aarde volgens mij, want een verschroeiende middagzon en te veel fysieke inspanning zorgden ervoor dat ik een gigantische zonnesteek kreeg. Geen duik in het water voor mij, maar een duik in mijn eigen zweet. Yum.

Nadat ik afgekoeld was, reden we verder naar Fu Long Beach. Geen geniaal idee om op een strand te liggen wanneer het zo heet is, dus we zetten onze tocht verder naar een tempel in de bergen met fantastisch uitzicht. Eindigen deden we in Jiufen, waar het werkelijk ontplofte van de toeristen. Een hele dag onderweg zijn en praten met vier mensen en dan nog eens terechtkomen in een krioelende mensenmassa: alle alarmsignalen van mijn inner introvert stonden op volume duizend. Gelukkig vonden we een rustig plekje om naar de zonsondergang te kijken.

De dag erna – mijn laatste dag bij DigiQuarters – moest er nog een beetje gewerkt worden. Mijn afscheidslunch? Dumplings bij Din Tai Fung, zo ongeveer de allerbeste die ik in mijn leven gegeten heb.

 

En toen moest ik er in mijn eentje op uit.

Ik wilde naar Taroko National Park, en om in Taroko National Park te raken, moest ik naar Hualien.

Hualien valt te verwaarlozen, maar Taroko, daar zijn geen woorden voor. Ik had besloten om niet op mijn eentje te gaan, want ik wilde het écht zien en geen tijd verliezen met bussen ontcijferen. Dus boekte ik een soort van rideshare: een minibusje dat naar Taroko reed, daar een tourtje deed, waar ge kon afstappen en vrij kon rondlopen en uw eigen ding doen. Met allemaal Chineesjes in een busje dus. Behalve Rainbow (yep, dat was echt haar naam), sprak er niemand een woord Engels. De chauffeur communiceerde met mij via Google Translate.

Maar dus, Taroko: dat was een beetje het Yosemite van Taiwan. Turquoise rivieren, gemarmerde rotsen, torenhoge bergen, rode bruggen die mooi contrasteerden met al het groen. Alle kleuren van de Rainbow. Wat. Een. Plek.

Erna wilde ik naar Dulan, en om in Dulan te raken, moest ik naar Taitung.

Het is grappig hoe een dag zo kan veranderen. Toen die vrijdag begon, was ik er echt van overtuigd dat het de meest crappy dag zou worden sinds ik vertrok. Zotte buikpijn, want de avond ervoor iets gegeten uit de 7/11. Het Engels van de meisjes van het hostel was even goed als mijn Chinees: quasi onbestaande. Dus wist ik niet welke trein ik moest nemen. Volgens Google Maps zou ik 15 minuten op voorhand in het station arriveren, en zou de rit 2 uur duren. Nope: anderhalf uur in het station gewacht, met het vooruitzicht van vier uur op een trein zitten zonder stoeltje, op mijn bagage. Het ikwilnaarhuis-gevoel was wel héél groot.

Briefje

En toen kreeg ik een briefje op de trein. Van een meisje met een Hello Kitty-rugzak en roze smartphone, die mij uitnodigde om naast haar te komen zitten. De persoon die daar hoorde te zitten was niet komen opdagen, dus heb ik 4 uur op een gezellig zeteltje gezeten. We zijn Instagram-vriendjes ondertussen. Danku universum.

En toen kwam ik toe in mijn hostel in Taitung. Na het inchecken vroeg ik waar ik best kon gaan eten, en twee minuten later had het meisje van het hostel al een lift geregeld voor mij. Rex en Kelvin overnachtten ook in hetzelfde hostel, werkten alletwee in IT, kwamen uit Taiwan en waren in Taitung op vakantie.

Ze wilden naar een steakhouse, maar veranderden spontaan hun plannen wanneer ze hoorden dat ik local food wilde proberen. Vooral Rex was een kenner: we stopten bij een random eetkraampje langs de kant van de weg dat er al stond sinds de jaren ’60, en aten er een superlekker pannenkoek-omelet-achtig iets met basilicum. We aten fried stinky tofu (dat eigenlijk echt een beetje niet lekker rook). We dronken lokale thee. We zagen een optreden op een hipstermarktje in het Taitung Railway Creative Park. We aten fried chicken en kwamen een Maori-Amerikaan tegen. Nooit gedacht dat een dag die zò slecht begon, zò goed kon eindigen. Danku universum tot de tweede.

Van Taitung reisde ik verder naar Dulan, een laid-back kustdorpje aan de oostkust. Ik vulde mijn dagen met schrijven, in hipsterplaces hangen om de hitte te ontwijken en met mijn fiets rondrijden tot ik de beste plek had gevonden om de zonsondergang te bekijken. De zonsondergangen: dat was het mooiste aan Dulan.

Hét grote verschil met backpacken in Zuidoost-Azië en Taiwan? In Zuidoost-Azië spreekt het grote deel van de toeristen Engels, en is alle info in de meeste gevallen wel in het Engels aangeduid. In Taiwan waren het grote deel van de toeristen andere Chinezen – en die spreken alleen Chinees. Waardoor heel veel info in hostels, zoals ‘nice places to eat’, ook alleen maar in het Chinees beschikbaar is. Waardoor ook heel veel mensen die bij u op de kamer slapen alleen maar Chinees praten. Dat het dus niet makkelijk was om vriendjes te maken, die laatste dagen in Taiwan. Maar dat het een pràchtig land is.

IMG_FotoFilter_westersenaam
Zoek de Westerse naam

En dat afwisselen tussen hostels en hotels, zoals ik dat vorige keer deed? Nog niet nodig gehad … Ook niet in Japan, maar dat bewaar ik voor de volgende blog :-).

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s

%d bloggers like this: