Taipei, gij past bij mij

Amai, Taiwan, zo onbekend, hoor ik u denken. Ik dacht hetzelfde: ik kon er mij helemaal niets bij voorstellen. Eigenlijk is het helemaal niet zo onbekend. Tenminste, niet bij de hordes Chinese toeristen die er op dit moment van het jaar rondlopen. Volgens China hoort Taiwan bij hen, volgens Taiwan zijn ze volledig onafhankelijk van China.

Ik had exact twintig dagen in Taiwan en het plan was om die niet *allemaal* als toerist door te brengen. Ik vond op WorkAway een coworking space in hoofdstad Taipei waar ik – in ruil voor wat social media hulp – bijna twee weken gratis mocht overnachten.

Digiquarters

Ge hebt zo van die plaatsen waar ge u metéén thuisvoelt. Taipei is er zo eentje. DigiQuarters ook. Grappige stickers op de deuren, motivational posters, het wachtwoord is ‘onthefridge’. Het overgrote deel van de mensen die er verbleef waren of Chinese studenten die er hun Engels kwamen oefenen, of Engelse mensen die er hun Chinees kwamen oefenen. Ik deed geen van beide: mijn hulp bestond uit Dave & Chris van DigiQuarters een beetje wegwijs maken in social media.

Dave richtte ooit de grootste concurrent op van LinkedIn, en besloot daarna om zich te focussen op de start-up wereld in Taiwan. Chris is een Duitse klimmer en professionele pokerspeler op ‘pensioen’, die alle vlaggen ter wereld van buiten kent, een jaar geleden toekwam in Taipei en er niet meer is weggeraakt.

Werken met Dave & Chris was superchill. Heel veel praten, tutorials maken, content plannings opstellen voor hun nieuwe project. En de middagpauze was altijd een uitstapje naar een lokaal plekje om te eten.

Andere medebewoners van DigiQuarters: de Amerikaanse Emily die vlot Mandarijns spreekt, Constantin die iets hardcore computerachtigs studeert, maar tegelijk ook àlles kent van thee en organic voedsel. En dan waren er nog een stuk of tien Chinezen, met wie de communicatie iets minder vlot verliep. Want (verplicht grapje) dat Chinees was ook écht Chinees voor mij.

Het leven in de hoofdstad ging traag, gezapig en gezellig: moest ik drie dagen non-stop in Taipei geweest zijn, zou ik waarschijnlijk meer gezien hebben dan op de eerste tien dagen. Twee biowinkels en een Carrefour op wandelafstand. Beslissen om uit te slapen omdat het toch te warm is buiten. Japan plannen. Altijd mensen om mee te praten, maar ge kon ook gewoon een avondje Netflixen – ideaal dus voor het introvertje in mij. Mijn batterijen waren altijd perfect opgeladen.

Taipei zelf was een heerlijke mix. Van magnifieke oude gebouwen en felgekleurde neonlichten. Van koorgezangen in de Longshan-tempel en de buzz van het hypermoderne Ximending, het New York van Taipei. Van uitgestrekte groene parken en lanen tot kleine, kleurrijke straatjes met streetfood. Gewoon een metro nemen naar ergens en beginnen stappen in een stad: iets leukers bestaat er niet.

Eten, eten en nog eens eten…

Taipei is de streetfood capital van de wereld en heel veel gesprekken gingen dan ook over ‘hebt ge dat al geprobeerd?’. Het eerste wat Dave deed toen ik toekwam, was een toertje rond de blok maken (Daar hebben ze hotpot! Daar buns! Daar Taiwanese ramen! Daar beef soup!). Uiteindelijk kwamen we terecht in wat hij een fastfood keten noemde, maar waar de fried chicken duizend keer beter was dan bij de doorsnee McDonalds.

Het leuke aan samenleven met locals? Ge kon ook écht meedoen met de locals. En niet zoals Lonely Planet zegt dat ge dat moet doen, maar the real thing. Case in point: toen we tijdens één van de lunchpauzes een klein zijstraatje van onze straat indoken, kwamen we terecht in een nog kleiner straatje, om uiteindelijk in een minuscuul restaurantje te belanden.

We waren daar voor de braised beef noodle soup. Maar toen ik mijn bord kreeg, lag er dit in: noedels, iets ongedefinieerds groen en … rauw vlees. Ik keek omhoog naar Dave, die zei: ‘Wacht, ik toon u hoe ge dit moet eten’. Chris: ‘Ja, met dit sausje is het echt veel beter’. Paniek op mijn gezicht, hilariteit bij de andere twee. Letterlijk drie tellen later kwam er een mevrouw langs met kokend hete bouillon, die het vlees meteen deed garen. Speciaal. Maar súperlekker.

IMG_FotoFilter_Spicypork

Een andere lunchpauze: er kwam een nieuw, superklein Chinees meisje toe – ze studeerde microbiologie en had het fijnste stemmetje dat ge ooit gehoord hebt. We gingen met z’n allen eten in iets superlokaals, spicy fried pork en rijst. Mijn spijsverteringssysteem protesteerde lichtjes, maar ik luisterde met verbazing naar hoe iedereen aan tafel vlot afwisselde tussen Engels en Mandarijns. En ik kon niet geloven dat ik daar echt zat.

Ook: alles draaide hier rond thee. Alles. In Wistaria Tea House heb ik op de meest esthetisch verantwoorde manier ooit Oolong-thee gedronken. Maar ook gewoon op random momenten thuis: er ontstonden vaak spontane tea parties (het is een ding), die zelfs eens uitliepen in een brainstorm over een nieuwe tea chain in de US, een beetje zoals Starbucks, maar dan met Taiwanese theeceremonies.

IMG_FotoFilter_tea

Sun Moon Lake

Nog iets dat bekendstaat om z’n Oolong-thee: Sun Moon Lake. Hoog in de bergen, ideaal om aan de hitte in Taipei te ontsnappen. Ik vond Center.Center Hostel Puli en mijn hipsterhart klopte meteen sneller. Twee vliegen in één klap, dacht ik: eten in Puli en chillen aan Sun Moon Lake. Het duurde vier uur met de trein en bus vooraleer ik in Puli was, en … er viel hoegenaamd niets te beleven.

IMG_FotoFilter_VisitorCentreSML

Ik besloot dan maar om al wat bussen te nemen naar het meer. Maar ik snapte echt niets van de busregeling, info vragen leverde nog meer verwarring op, en een wiebelende ferry leek mij geen geweldig idee. Het regende, ik was moe en ik voelde een klein reisziektetje aankomen. De volgende dag probeerde ik het nog eens, maar die bussen werkten echt niet mee. Dus heb ik gewoon exact dezelfde route gedaan, maar deze keer in de zon, met de fiets. Ongeveer 0,1% gezien van wat er eigenlijk te zien valt.

Terug in Puli na mijn fietstochtje gewoon ergens ‘chicken & rice’ willen eten: het bleek niet zo eenvoudig. Ik vond zelf niets, dus ik vroeg het aan het eerste meisje van het hostel. Ze antwoordde in gebrekkig Engels en wees naar een fluogeel bord. Maar aan het fluogeel bord was er alles behalve chicken & rice te vinden. Terug naar het hostel. Het andere meisje met het betere Engels gaf mij dan maar gewoon een zelfgetekend kaartje mee met de plek van een restaurant, en al een formuliertje waarop ze aangeduid had dat ik chicken & rice wilde. Yep, that’s what it takes om hier te eten.

De Chinese taalbarrière: het was niet de eerste keer dat ik er mee in aanraking kwam, en zeker ook niet de laatste keer. Hoe de andere tien dagen verliepen? To be continued!

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s

%d bloggers like this: