#IntroTheWild: Week 5, minglaba Myanmar!

“Azzar! Azzar!”

Dat is wat ongeveer elke Myanmarese man tegen mij zegt wanneer ik vertel dat ik uit België kom. Dat illustreert meteen twee dingen:

  1. Eden Hazard is het beste Belgische exportproduct in Myanmar. De invloed van de Britten in het woelige verleden van dit land heeft als gevolg dat ongeveer elke man de Premier League volgt. En ongeveer elke man Chelsea als favoriete ploeg heeft.
  2. Het Engels van Birmezen is – hoe schattig ook – totaal onbegrijpelijk.

1-tjpGnT-3X_ivVjozLsr1Qg@2x

Myanmar is een ongelofelijk mooi land. Mannelijke monks die gewoon achterop een scooter zitten. Meisjes met een kaalgeschoren hoofdje en roze gewaad die in groepjes giechelen – ook zij zijn monks. Alles is nog zo authentiek en onaangetast. Soms zijn de enige andere toeristen Aziaten. Maar Myanmar is ook ongelofelijk moeilijk. De taalbarrière maakt het letterlijk ondoordringbaar. Ge ziet zoveel moois gebeuren, ge hebt zoveel vragen, maar de antwoorden laten vaak op zich wachten.


Bijna 3 weken Myanmar dus, die ik begon in Yangon en Bagan. Kort samengevat: na regen komt zonneschijn. Heel veel zonneschijn.

Yangon en de regen

Ik kwam toe in Yangon en ik arriveerde in een soort gevangenis. Enfin: mijn hostel, dus. Met vloeren van beton (niet het hippe soort) en een strak ingerichte kamer (één meter op twee groot).

De dag erna viel de regen met bakken uit de lucht. Ik had geen zin om in mijn cel te zitten, dus ik trok naar de overdekte Bugyoke Market. Onder begeleiding van een vriendelijke Birmees, die mij met zijn paraplu beschermde tegen de regen. Wat op mijn to do-lijstje stond: een tour met Myanm/art langs hippe galeries. Wat ik echt deed: een paraplu kopen in een winkelcentrum en de dag al schrijvend doorbrengen in een coffeeshop.

‘s Avonds stopte de regen een beetje, dus ik stapte in een taxi en ging naar de Shwedagon pagoda. Alwaar ik uitgedost met spuuglelijke sarong, paraplu en hoofd dat barstte probeerde te luisteren naar de gids. Maar met blote voeten in plasjes water rond een pagoda daggeren, stond óók niet echt hoog op mijn to do-lijstje. Zelfs al was die pagoda belachelijk mooi.

Dus. Ja. Ik geef het toe. Ik ben meteen daarna in een taxi gestapt naar een door expats uitgebate yoga/food studio en heb mijzelf getrakteerd op een gigantische quinoabowl. En op een vliegtuigticket naar Bagan.

Bagan en de hitte

Bagan, dat betekent: tempels bezoeken. En dat ging met wisselend succes. Laat mij jullie vertellen over mijn drie pogingen …

Poging 1 begint met het overwinnen van mijn verkeersangst in Azië. Mijn mountainbike tour start om 7u ‘s morgens. De enige deftige manier om daar te geraken, is op een ebike. Dat gaat ongeveer zo in mijn hoofd: ZO ZOT IK ZIT OP EEN EBIKE. Dit is écht aan ‘t gebeuren. Tot: MAN DAT DUURT LANG. Mijn hotel is écht ver weg van alle actie.

Aankomen bij de mountainbike tour, drie seconden op die fiets zitten en al smelten van de hitte (36°). Lokaal marktje, klooster, tempel één. En dan gebeurt het: om naar het uitzicht te kunnen kijken, moet ik een paar trappen beklimmen. Als ik boven ben, is elke vierkante centimeter van mijn lichaam nat. Geen bevallig stroompje zweet. Een waterval. Mijn bloed kookt létterlijk. We gaan naar tempel twee en mijn systeem begeeft het. Ik vraag om de tour stop te zetten, ze komen mij oppikken. En dan moet ik nog 45 minuten naar mijn hotel ebiken, met wind als een warme haardroger in mijn gezicht. Safe to say dat ik de rest van de dag in mijn hotelkamer heb gezeten, met de airco op max.

Poging twee begint met het verkeerd zetten van mijn wekker. ‘Beat the heat’ en ga vroeger, denk ik. Mijn alarm gaat niet af, ik rol letterlijk uit mijn bed naar de receptie om 5u, maar het busje is al weg. Geen zonsopgang. Wenen. Echt waar.

Poging drie begint met het toegeven van mijn limieten. Iemand van het hotel rijdt mij rond in een gammel busje. Ramen open voor natuurlijke airco. Eindelijk deftig tempels gezien. En een zonsondergang. Weliswaar als een totale toerist (zie foto), maar ik was ongelofelijk blij.

Besluit: de temperaturen in Bagan zijn zo heet dat rondlopen een beetje voelt als branden in de hel. Maar dan in de hemel, omdat alles zo mooi is.

Ik had mij voorgenomen om hier geen reisadvies te geven, want ik ben zelf geen volleerd reiziger. (Wanneer zijt ge dat ooit écht, trouwens?) Maar neem het van mij aan: kom naar Myanmar in de winter. Van februari tot oktober. Maart tot november à la limite. Alles daarbuiten is verschroeiend heet.

Cliffhanger voor de volgende keer: Mandalay, Kalaw, Inle Lake en …vriendjes maken.

1-BHF-QdVGWwUWIZV6uTNGqg@2x1-UzHaM01kN3huwX6EjLbFDA@2x

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s